Zoals zo veel mensen droomde Dick Slagter ervan ooit zelf een boek te schrijven. Toch kwam het er nooit van, want je moet ook iets te vertellen hebben. Daar wrong de schoen en hij vond dat je er dan maar beter het zwijgen toe kunt doen. Dat vind hij nog steeds.

Door een gelukkig toeval veranderde dat in 2008. Dat zit zo. Dick is altijd geïnteresseerd geweest in biologie in het algemeen en de evolutie van de mens in het bijzonder. Elk jaar las hij daar enkele boeken over, zo ook in dat bewuste jaar. Hij was verzeild geraakt in een dikke pil van een beroemde wetenschapper, waarin die mijmerde over de vraag waardoor mensen rechtop zijn gaan lopen. Dat is een kenmerkende eigenschap van ons en in 2008 was de vraag hoe dit geëvolueerd kon zijn nog door geen enkele wetenschapper bevredigend opgelost. De schrijver speculeerde er onbekommerd op los en bedacht dat er misschien ooit een voorouder was geweest die het gewoon leuk vond om gekke stapjes te maken. Vervolgens kwam dat in de mode en evolueerde het tot onze moderne vorm van voortbewegen. Dat vond Dick zo absurd dat hij zich werkelijk schaterlachend op de knieën sloeg. En toen flitste zomaar uit het niets een beeld door zijn hoofd. Hij zag het beeld van een naakte chimpansee-achtige moeder die op de grond rechtop stond met een kind in haar twee armen. Dat was alles. Het was niet veel, maar hij was als door de bliksem getroffen en wist direct wat het betekende.

Je moet namelijk weten dat chimpanseemoeders het kind de eerste jaren onder de buik of op de rug vervoeren. Dat doen alle primaten. Primatenbaby’s kunnen zichzelf nog niet goed voortbewegen, ze zijn daarvoor te hulpeloos. Het kind helpt de moeder een beetje door haar lichaamshaar met de handjes en voetjes vast te grijpen. Zo zit het kind stevig genoeg en kan moeder zonder ongelukken klimmen in de bomen, op zoek naar voedsel en veiligheid. Maar kijk eens naar ons. Wij hebben geen haar op het lijf, onze huid is glad. Onze kinderen kunnen zich nergens aan vastgrijpen. Mensenmoeders moeten het kind daarom met twee armen vasthouden, anders valt het van haar af. Dat moeten de mensenvaders trouwens ook en zo wordt klimmen in hoge bomen voor mensenouders een levensgevaarlijke klus. Dit dwong onze voorouders er in een grijs verleden toe meer op de grond te verblijven en zich daar met een kind in de armen op twee benen voort te bewegen.

Dit hele verhaal werd in dat ene beeld gevangen en in één klap aan hem duidelijk gemaakt. De mens is schijnbaar niet voor niets de enige aap die naakt is én rechtop loopt. Dit leek een buitengewoon veelzeggend gegeven te zijn. Dick kreeg er kippenvel van. Even later bedacht hij dat dit idee vast wel eens door iemand anders geopperd zou zijn, het lijkt zo voor de hand te liggen. Enig nazoeken leerde hem echter dat dit niet het geval was. Er was nog helemaal niemand, waar ook ter wereld, op dit idee gekomen. Na enige weken begon het te knagen. Hij moest er iets mee doen en zocht contact met de bekende paleontoloog John de Vos. Die was toen nog verbonden aan Naturalis in Leiden en is inmiddels met pensioen. Hij legde hem zijn idee voor en tot zijn grote verrassing antwoordde John dat Dick maar eens langs moest komen. Dat heeft hij gedaan en toen is het schrijven begonnen. Nu, na 12 jaar lezen, denken, schrijven en schrappen, kan hij eindelijk daadwerkelijk zeggen een boek te hebben geschreven. Hij heeft echt iets te vertellen. Veel meer dan hij ooit had durven dromen.