fbpx

Zoals zo veel mensen droomde ik ervan ooit zelf een boek te schrijven. Toch kwam het er nooit van, want je moet ook iets te vertellen hebben. Daar wrong de schoen en ik vond dat je er dan maar beter het zwijgen toe kunt doen. Dat vind ik nog steeds.

Door een gelukkig toeval veranderde dat in 2008. Dat zit zo. Ik was altijd al geboeid door biologie in het algemeen en de evolutie van de mens in het bijzonder. Elk jaar las ik daar enkele boeken over, zo ook in dat bewuste jaar. Ik was verzeild geraakt in een dikke pil van een beroemde wetenschapper die zich afvroeg waardoor mensen rechtop zijn gaan lopen. Dat is een kenmerkende eigenschap van ons en in 2008 was de vraag hoe dit geëvolueerd kon zijn nog door geen enkele wetenschapper bevredigend opgelost. De schrijver speculeerde er onbekommerd op los en bedacht dat er misschien ooit een voorouder was geweest die het gewoon leuk vond om gekke stapjes te maken. Vervolgens kwam dat in de mode en evolueerde het tot onze moderne vorm van voortbewegen. Dat vond ik zo absurd dat ik me werkelijk schaterlachend op de knieën sloeg. En toen flitste zomaar uit het niets een beeld door zijn hoofd. Ik zag een onbehaarde chimpansee-achtige moeder die op de grond rechtop stond met een kind in haar twee armen. Precies zoals de tekening op het omslag van 400.000 GENERATIES, maar dan zonder man erbij. Dat was alles. Het was niet veel, maar ik was als door de bliksem getroffen en wist direct wat het betekende.

Je moet namelijk weten dat chimpanseemoeders hun kind de eerste jaren onder de buik of op de rug vervoeren. Dat doen alle primaten. Primatenbaby’s kunnen zichzelf namelijk nog niet goed voortbewegen, ze zijn daarvoor te hulpeloos. Het kind helpt de moeder een beetje door haar lichaamshaar met de handjes en voetjes vast te grijpen. Zo zit het kind stevig genoeg en kan moeder zonder ongelukken klimmen in de bomen, op zoek naar voedsel en veiligheid. Maar kijk eens naar ons. Wij hebben geen haar op het lijf, onze huid is glad. Onze kinderen kunnen zich nergens aan vastgrijpen. Mensenmoeders moeten het kind daarom met twee armen vasthouden, anders valt het van haar af. Dat moeten de mensenvaders trouwens ook en zo wordt klimmen in hoge bomen voor mensenouders een levensgevaarlijke klus. Dit dwong onze voorouders er in een grijs verleden toe meer op de grond te verblijven en zich daar met een kind in de armen op twee benen voort te bewegen.

Dit hele verhaal werd in dat ene beeld gevangen en in één klap aan mij duidelijk gemaakt. De mens leek niet voor niets de enige aap te zijn die naakt is én rechtop loopt. Ik dacht dat dat een buitengewoon veelzeggend gegeven moest zijn. Ik kreeg er kippenvel van. Even later bedacht ik dat dit idee vast wel eens door iemand anders geopperd zou zijn, het lijkt zo voor de hand te liggen. Enig nazoeken leerde me echter dat dit niet het geval was. Er was nog helemaal niemand, waar ook ter wereld, op dit idee gekomen. Na enige weken begon het te knagen. Ik moest er iets mee doen en zocht via via contact met paleontoloog John de Vos. Die was toen nog verbonden aan Naturalis in Leiden. Hij is inmiddels met pensioen. Ik legde hem mijn idee voor en tot mijn grote verrassing antwoordde hij dat ik maar eens langs moest komen. Dat heb ik gedaan en niet veel later is het schrijven begonnen. Ik heb er 12 jaar aan gewerkt. Er rezen talloze vragen en die moesten allemaal worden beantwoord. Dat niet alleen, het verhaal moest ook wetenschappelijk verantwoord, volledig en sluitend zijn. Ik wilde namelijk niet de schrijver zijn van het zoveelste boek met vragen zonder antwoorden of wilde speculaties. Die zijn er over dit onderwerp al meer dan genoeg. De lat lag eigenlijk onwaarschijnlijk hoog. Ik sprak dan ook met mezelf af te stoppen als ik er niet uit zou komen. Eigenlijk verwachtte ik dat, vooral met betrekking tot de evolutie van taal en grote hersenen. Daar zag ik echt tegenop. Maar, tot mijn eigen verrassing hoefde ik niet te stoppen. Het beeld dat als een flits bij me binnenkwam bleek als een sleutel te zijn die toegang gaf tot de deur van een heel groot huis. Eenmaal binnen bleken daar nog heel veel deuren op slot te zitten, maar als je de sleutel in precies de juiste volgorde in alle deuren stak gingen ze keurig open. Zo heb ik het hele huis mogen verkennen en kan ik na 12 jaar lezen, denken, schrijven en heel veel schrappen daadwerkelijk zeggen een boek te hebben geschreven. Ik bleek echt iets te vertellen te hebben. Veel meer dan ik ooit had durven dromen.